In de wereld van de puntige vierkantjes werd eens een vijfhoekje geboren.
Vijfhoekjes waren jammer genoeg niet gewenst bij de puntige vierkantjes.
De vierkantjes zeiden: “We breken er wel een hoekje af, dan is het ook een vierkantje.”
Maar dat ging niet zo gemakkelijk als ze dachten ...

De vierkantjes timmerden erop los, maar het lukte niet om van het vijfhoekje een vierkantje te maken. Het vijfhoekje was nu flink beschadigd. De puntige vierkantjes waren teleurgesteld over het resultaat. Ze gaven het kapotte vijfhoekje toen maar een grote plank, een houten vierkant, met twee kijkgaten erin. Het vijfhoekje moest voortaan altijd die plank voor zich uitdragen, om op een vierkantje te lijken.

Zo kon het zich jarenlang in de wereld van de vierkantjes bewegen. Dat vonden de vierkantjes best aanvaardbaar. Maar het vijfhoekje werd doodmoe van het zeulen met die grote zware plank. Het bleef maar zoeken naar een oplossing om ooit een vierkantje te worden. Na lange tijd kwam het uitgeputte vijfhoekje een paar wijze afgeronde vierkantjes tegen. Die zagen er veel vriendelijker uit dan de puntige vierkantjes. “Hoe kan ik een echt vierkantje worden?” vroeg het vijfhoekje. “Jij? Een vierkantje? Maar je bent gewoon een vijfhoekje!” zei één van de afgeronde vierkantjes. ”Leg de plank eens even neer.” De andere afgeronde vierkantjes zagen het nu ook. “Ja! Jij bent gewoon een vijfhoekje! Jij hoeft toch niet te doen alsof je een vierkant bent! Jij hebt alleen maar een hoekje meer dan wij, daar is niks mis mee. Wij kennen er nog meer zoals jij, hoor!”

Bij de afgeronde vierkantjes mocht het kapotte vijfhoekje de zware houten plank eindelijk wegleggen. Een paar puntige vierkantjes hadden dat van ver gezien en zeiden:” Oei, nu gaat het heel erg slecht met het vijfhoekje, het lukte altijd zo goed met die plank!”

Maar het vijfhoekje wist wel beter….

© Landschip